Heb ik contact?

Cliënten en zorgverleners hebben vaak dagelijks met elkaar te maken. Cliënten, omdat ze zorg nodig hebben. Zorgverleners, omdat ze deze zorg mogelijk kunnen bieden.Samen realiseren zij de zorgdie op dat moment aan de orde is. Het Zorgleefplan kan daarbij van nut zijn, als hulpmiddel om samen uit te zoeken welke persoonlijke wensen de cliënt heeft en hoe de zorg daar het beste bij aan kan sluiten. Het Zorgleefplan kan daarbij van nut zijn, als hulpmiddel om samen uit te zoeken welke persoonlijke wensen de cliënt heeft en hoe de zorg daar het beste bij aan kan sluiten.Kern van het Zorgleefplan is immers de persoon van de cliënt. Wie is hij of zij? Wat is van belang in haar of zijn leven? En hoe kunnen zorgverleners aansluiten bij wat voor de cliënt van waarde is?

Corrie van Leeuwen (78):

“Ik krijg vanochtend hulp bij het wassen en aankleden. Elke dag, sinds ik vorig jaar mijn heup brak. Fijn hoor, dat ze me helpen, maar het went nooit echt. Gelukkig komt Jantine vandaag. Ze helpt me met wassen bij de wastafel. Eigenlijk mag dat niet, het is vandaag immers de dag van mijn wekelijkse ‘douchebeurt’. Het woord alleen al, ik ben toch geen auto! Daarbij komt, ik heb een bloedhekel aan douchen. Mijn hele leven al. Me helemaal ontbloten, overal nat worden, dat hele lijf weer drogen na afloop, vreselijk! Sommige hulpen zetten me toch onder de douche, weliswaar met zachte hand en lieve woordjes, maar toch, bbrrr! Niet fijn. Gelukkig komt Jantine vandaag, die houdt er rekening mee, al kan ze op haar kop krijgen als uitkomt dat ze me niet douchet vanochtend…..”

 

Jantine van de Wal (24):

“Ik help mevrouw van Leeuwen vanochtend. Mevrouw heeft een bloedhekel aan douchen, dus ik help haar met wassen bij de wastafel. Eigenlijk mag dat niet; er is namelijk afgesproken dat mevrouw minimaal één keer per week - om precies te zijn vandáág - geholpen moet worden met douchen. Sommige collega’s doen dat ook, al is van alle kanten duidelijk dat mevrouw het niet wil. Ik doe het niet; ik vind het niet goed om mevrouw tegen haar wil onder de douche te zetten. Want daar komt het dan wel op neer. Van ‘helpen met douchen’ is immers geen sprake als mevrouw niet wíl, toch? Sommigen hier vinden het onhygiënisch als mensen nooit douchen. Ik vind het belangrijker dat mevrouw van Leeuwen kan leven zoals zij dat wil, ook nu ze hulp nodig heeft, en dat ze zich daarbij door ons gesteund voelt en niet tegengewerkt. ”

 

Jantine heeft mevrouw van Leeuwen niet alleen leren kennen als iemand die niet van douchen houdt, ze heeft ook contact met haar gemaakt. Ze heeft zich met haar verbonden en haar getoond dat haar wens er toe doet. Het Zorgleefplan nu zou hen kunnen helpen om dat ook aan de ánderen duidelijk te maken.

Goede zorg betekent contact maken met de cliënt als uniek persoon, je verbinden met die ander en hem of haar serieus nemen. Goede zorg betekent kunnen werken met het feit dat mensen heel verschillend kunnen zijn in wat ze wel en niet belangrijk en prettig vinden in het leven en hen daarbij ondersteunen. Dat vinden wij niet altijd zo gemakkelijk. We vinden het al gauw een beetje vreemd als iemand afwijkt van het ‘normale’: als iemand bijvoorbeeld geen waarde hecht aan douchen of aan warm eten of aan gezelligheid of aan televisie. En toch is dat nu juist in de zorg de kunst: om allerlei verschillende mensen als persoon te leren kennen en je met hen te verbinden.

Voor mensen die zorg nodig hebben betekent dit, dat ze zich moeten láten kennen. Ook dat is niet zo gemakkelijk. Dat doen mensen niet zomaar en zeker niet aan vreemden, wat professionele zorgverleners in principe toch zijn. Je laat je alleen kennen aan mensen die je vertrouwt. Dat betekent dat de cliënt zijn of haar zorgverlener óók wil leren kennen, ook wil weten wie hij of zij is en hoe zij omgaat met datgene wat haar toevertrouwd wordt. “Met wie klikt het? Hoe praat deze hulp over mensen, met mensen? Durf ik haar in mijn afhankelijkheid in vertrouwen te nemen? Liever zou ik me groot houden, maar als dat niet gaat, durf ik haar dat dan te tonen?” Zorg nodig hebben went immers nooit. En juist dan is het van belang dat mensen zich met je verbinden en je helpen zoeken naar wat nu bij jou past, zodat je hiermee verder kunt leven. Dan houd je de regie over je leven, juist omdat je je gekend en gezien weet.

In die zin is het dus belangrijk dat de zorgverlener zich óók laat kennen, laat zien als persoon. En dat is nu precies wat er gebeurt in contact tussen cliënt en zorgverlener. Zij zien elkaar, horen elkaar, ‘lezen’ elkaar, kijken beiden wat voor ‘vlees ze in de kuip hebben’. Zo ontstaat in het samenspel tussen cliënt en zorgverlener een zorgrelatie.

Wat zorgverleners betreft, velen van hen zien goed contact met de cliënt als wezenlijk onderdeel van de kwaliteit van zorg. Velen zouden graag meer aandacht aan hun cliënten willen besteden, meer rust en tijd hebben om hen te leren kennen, maar de veelheid aan zorghandelingen die zij dagelijks moeten doen, maakt hen zo druk in het hoofd dat zij de ander onbedoeld geregeld toch uit het oog verliezen.

Er zijn er ook die het wel lukt, die de zorg nadrukkelijk niet als allerlei zorghandelingen zien die nu eenmaal elke dag aan en om de cliënt moeten worden verricht. Dat zijn de zorgverleners die de cliënten met ‘innerlijke ruimte’ tegemoet blijven treden; open voor wie zij zelf zijn en open voor wie de cliënt is en wat hier en nu passend is voor hem of haar.

Hebben cliënten hier nog enige invloed op? Of bent u, als u zorg nodig hebt, overgeleverd aan het toeval wie u zal helpen en of het iemand zal zijn, die ziet wie u bent en die contact met u maakt? Er is momenteel de nodige aandacht voor de vaardigheden die zorgverleners nodig hebben om u en zichzelf als persoon te blijven zien. En dat maakt de kans dat u hulp krijgt van iemand die open voor u staat, zeker groter.

En wellicht kunt u het toeval ook een handje helpen, bijvoorbeeld door uw zorgverleners zoveel mogelijk te vertellen wat het u doet als hun zorg ondersteunend voor u is. “Ik vind het fijn dat je me bij de wastafel helpt, dat doet me goed.” Of wat het u doet als de zorg onverhoopt niet ondersteunend voor u is. “Ik hou niet van douchen, ik vind dat gewoon niet prettig.” Als u dat op een prettige manier wilt proberen, dan is het belangrijk dat u zoveel mogelijk in de ‘ik-vorm’ praat. U zegt dan namelijk iets over uzelf, niet over de zorgverlener.  U zegt als het ware: ‘Dit ben ik en dit hoort bij mij’. Bijna iedereen kan dat goed horen en geen zorgverlener die zich dan aangevallen voelt. U kunt dan vervolgen met hoe u het wél graag wilt hebben. “Ik wil graag dat jullie ermee stoppen om me steeds over te halen om te douchen. Ik wil graag geholpen worden bij de wastafel. Zou dat kunnen?”  u laat zich kennen en vraagt om

Soms worden daarvoor gesprekken in een instelling georganiseerd: gesprekken tussen cliënten en zorgverleners, waarbij groepen cliënten hun kennis en ervaringen met goede zorg vertellen aan de zorgverleners. Want laten we niet vergeten dat u de ervaringsdeskundigen bent.

 

Auteur: Marcelle Mulder, 2007

 

 

De vrouw des huizes

 in ‘Zorg en Zeggenschap’, nr 4 2009 


Op vakantie raak ik aan de praat met Jelle. Als hij hoort dat ik in de ouderenzorg werk, vertelt hij over zijn ouders die sinds enige tijd in een verzorgingshuis wonen. Een verhaal in geuren en kleuren over hoe bijzonder tevreden zijn ouders zijn met de zorg in het verzorgingshuis. En met hen, Jelle en zijn broers.

Zijn moeder lijdt aan dementie. Met de hulp van Jelle lukte het zijn ouders nog lang om samen in de eigen woning te blijven wonen. Dat wilden ze ook heel graag. Maar in toenemende mate werd de situatie kritiek. Toen Jelle plotseling ziek werd, moest zijn moeder tijdelijk opgenomen worden in een verpleeghuis. Ontworteld en dolend was ze daar vooral zeer ongelukkig. Ook Jelles vader was - na een week uitrusten - niet blij met het vertrek van zijn vrouw.

Toen hebben Jelle en zijn broers de knoop doorgehakt. Al wilde moeder het pertinent niet, de verhuizing naar een verzorgingshuis was niet te meer vermijden. Maar dan wel sámen met haar man en zoveel mogelijk in de sfeer van hun oorspronkelijke woning. Het was nog spannend, want misschien was de dementie van zijn moeder al te ver gevorderd. Bovendien was er geen plek in de woonzorgcentra in de stad waar zijn ouders woonden. Er moest uitgeweken worden naar een dorp verderop.

In goede samenwerking met de medewerkers van dat verzorgingshuis is het vervolgens toch allemaal gelukt. Op de bewuste dag hebben Jelle en zijn broers het appartement in het verzorgingshuis precies zo ingericht als de woning van hun ouders. Aan het eind van de dag hebben ze moeder opgehaald uit het verpleeghuis en haar herenigd met haar man. Moeder was erg gelukkig dat ze weer thuis was. Ze ervoer de woning als de hare en was meteen weer de vrouw des huizes. Ze bezwoer haar zoons dat ze echt nooit naar een verzorgingshuis zou gaan! Dit was haar huis en zo zou het blijven. En niemand die haar tegensprak. Jelle in ieder geval niet. Hij is ontzettend blij dat zijn ouders, dankzij de veiligheid en goede zorg van de medewerkers van het huis, hun gezamenlijk leven voort kunnen zetten.

Jelles moeder is niet de enige die weigert naar een verzorgingshuis te verhuizen. Veel ouderen wijzen suggesties in die richting resoluut af. Het verzorgingshuis zien zij als plek waar je je zelfstandigheid en eigenheid opgeeft. Me dunkt een hele klus voor zorgmedewerkers en familie om dat beeld te nuanceren. Gelukkig weet Jelles moeder zich nog altijd de vrouw des huizes. En zo hoort het ook!

 

Auteur: Marcelle Mulder 2009

 

 

Uitwisseling

 in ‘Zorg en Zeggenschap’ nr 3, 2009


Mevrouw Zijlstra is helemaal tevreden. De zorg is prima, het eten is lekker, ze voelt zich veilig hier en het is gezellig. Sinds een half jaar woont ze in dit woonzorgcentrum en vanavond is ze samen met haar zoon naar deze uitwisselingsavond voor ‘nieuwe bewoners’ gekomen. Iedereen die sinds 1 januari hier woont, is uitgenodigd en meer dan de helft van hen heeft gehoor gegeven. Naast cliënten en hun familie zijn er ook een aantal mensen van de huishouding en de keuken, een paar EVV-ers en verzorgenden en drie leidinggevenden. Ook de cliëntenraad is vertegenwoordigd.

De avond is nadrukkelijk geen informatieavond, maar een uitwisselingsavond. De centrale vraag is: Hoe hebt u het ervaren om hier te komen wonen? En: wat kunnen wij als medewerkers doen om uw leven in dit woonzorgcentrum zo goed mogelijk te maken?

De cliënten, familieleden en medewerkers gaan per tafel met elkaar in gesprek. Op iedere tafel liggen stellingen over het wonen en leven in huis. Aan de medewerkers aan tafel is gevraagd vooral te luisteren en dóór te vragen en dat doen ze. Al snel praten cliënten en hun familieleden honderduit over hun ervaringen.

Zo ook mevrouw Zijlstra, die aangeeft over alles tevreden te zijn. Haar zoon bevestigt dat van harte. Hij is erg opgelucht, dat zijn moeder het hier zo goed heeft. Angela, de EVV-er van mevrouw Zijlstra, is blij dat te horen, maar ze vraagt door. Dan blijkt al snel dat mevrouw Zijlstra vooral erg dankbaar is dat ze hier kan wonen - zo veilig en verzorgd - en dat ze vooral niet wil zeuren. Ze ervaart het als een groot geschenk dat er zo goed voor haar gezorgd wordt en ze geniet ervan.

Angela vraagt hoe mevrouw het eten vindt. Ja, het eten…, dat is lekker hoor, maar het is haar veel te veel. Eigenlijk houdt ze helemaal niet van warm eten. Ze houdt meer van soep met brood. Maar ja, er is maar twee keer in de week soep…. Angela hoort ervan op. Ze merkte wel dat mevrouw niet veel at, maar ze wist niet waar dat aan lag. Dan blijken er meer dingen die voor mevrouw Zijlstra van belang zijn. Haar zoon helpt haar om erover te vertellen, zonder dat het ‘ondankbaar voelt’. Mooi is dat!

En zo is het in aan alle tafels gegaan. Meneer van Hoven is op zoek naar een zinvolle taak, mevrouw van Megen is het tempo van de verzorgenden veel te hoog. Allerlei wezenlijke dingen, die vaak al op korte termijn aan te pakken zijn. De avond heeft veel opgeleverd, zo blijkt. Wat kan een uitwisselingsavond met cliënten, familieleden en open, doorvragende medewerkers toch veel informatie opleveren over goede zorg!

 

Auteur: Marcelle Mulder, 2009